Dit is een geneesmiddel, geen langdurig gebruik zonder medisch advies, bewaren buiten bereik van kinderen, lees aandachtig de bijsluiter die bij het product ingesloten is. Vraag raad aan uw arts of apotheker. In geval van bijverschijnselen, neem contact op met uw huisarts.
Acenterine wordt voorbehouden voor de symptomatische behandeling van de volgende aandoeningen:
- Rheumatoïde polyarthritis.
- Acuut gewrichtsreuma.
- Spondylitis ankylopoëtica.
- Collageenziekte waarbij een intensieve langdurige salicylaattherapie verantwoord is.
Wegens de vertraagde resorptie van Acenterine is het produkt niet aangewezen bij acuut pijnlijke aandoeningen of aandoeningen gepaard gaande met koorts zoals een griepsyndroom, tandpijn enz.
Acenterine is niet geschikt voor gebruik door kinderen jonger dan 10 jaar.
De aanbevolen dosis acetylsalicylzuur bedraagt 60 mg/kg lichaamsgewicht.
Acenterine wordt in 3 tot 4 innames per dag toegediend. De totale dagelijkse dosis bedraagt meestal 3 - 6 g, hetzij 2 tabletten van 500 mg drie maal per dag.
Indien de dagelijkse dosis dient verminderd te worden tot 2 g, 4 maal per dag 1 tablet van 500 mg innemen.
Een verhoging van de dosis kan noodzakelijk blijken bij onvoldoende respons (persisteren van de pijn en van de gewrichtszwelling en spierstijfheid, onvoldoende vermindering van de biologische kenmerken zoals een verhoging van de sedimentatiesnelheid, van het fibrinogeengehalte enz.). Rekening houden met de tolerantie van de patiënt.
Wanneer de klinische toestand een intensieve startbehandeling met salicylaten vereist (bij voorbeeld bij gewrichtsreuma) mag de totale dagdosis tot 6 - 8 g verhoogd worden, te verdelen in 4 - 6 innames over 24 uur; vervolgens is het aangewezen, de posologie terug te brengen tot de onderhoudsdosis hetzij 2 - 4 g per dag.
Er is een salicylemie van 150 tot 300 μg/ml nodig om een optimaal antiinflammatoir effect te verkrijgen.
Een aanpassing van de dosis of van het interval tussen de innames kan noodzakelijk zijn bij nierinsufficiëntie (glomerulaire filtratie tussen 10 en 50 ml/min). Acenterine niet toedienen bij een glomerulaire filtratie lager dan 10ml/min.
Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik:
Dit geneesmiddel is doorgaans niet aanbevolen:
- Tijdens de periode van borstvoeding.
- In combinatie met (zie "Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interacties"):
- Andere NSAID's als salicylaten in hoge dosissen worden gebruikt.
- Orale anticoagulantia als salicylaten gebruikt worden in lage dosissen voor de behandeling van pijn en koorts, of in de cardiologie.
- Parenterale heparines.
- Ticlopidine, uricosurica.
In bepaalde gevallen van een ernstige vorm van G6PD -deficiëntie hebben hoge dosissen acetylsalicylzuur aanleiding gegeven tot hemolyse. In geval van een G6PD-deficiëntie moet acetylsalicylzuur altijd toegediend worden onder medisch toezicht.
Een verhoog toezicht op de behandeling is vereist in de volgende omstandigheden:
- Voorgeschiedenis van peptisch ulcus, gastro-intestinale bloeding of gastritis.
- Verminderde nierfunctie.
- Astma: bij bepaalde individuen kunnen astma-aanvallen verband houden met een allergie tegen niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen of acetylsalicylzuur; dit geneesmiddel is in deze omstandigheden gecontraindiceerd.
- Metrorragie of menorragie (gevaar voor meer overvloedige of langdurige menstruele bloedingen).
- Gebruik van een intra-uterien contraceptief apparaat (IUD) (zie "Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interacties").
- Gastro-intestinale bloedingen en/of ulcus/perforaties kunnen zich op elk ogenblik van de behandeling voordoen zonder noodzakelijk prodromale symptomen of voorgeschiedenis. Het relatieve risico is groter bij bejaarden, patiënten met een laag lichaamsgewicht en patiënten behandeld met anticoagulantia of anti-aggregantia (zie de rubriek "Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interacties").
In geval van gastro-intestinale bloedingen moet de behandeling onmiddellijk gestopt worden.
Met het oog op het anti-aggregerende effect van acetylsalicylzuur, dat bij zeer lage dosissen begint en gedurende verschillende dagen kan persisteren, moeten patiënten op de hoogte worden gebracht van het gevaar voor bloeding bij een chirurgische procedure, zelfs bij een kleine ingreep (bijv. een tandextractie).
Acetylsalicylzuur wijzigt de concentratie van urinezuur in het plasma (bij analgetische dosissen verhoogt acetylsalicylzuur de concentratie van urinezuur in het plasma door een inhibitie van de excretie van urinezuur; bij dosissen gebruikt in de reumatologie heeft acetylsalicylzuur een uricosurisch effect).
Acenterine is niet geschikt voor kinderen met een gewicht van minder dan 30 kg.
Een eventuele overdosering opsporen bij lichte tot matige nierinsufficiëntie of bij bejaarden Acenterine niet toedienen in geval van ernstige nierinsufficiëntie.
Bij leverinsufficiëntie, de leverfunctietesten controleren. De kans op hepatotoxiciteit door acetylsalicylzuur is hoger bij patiënten met reumatoïde
arthritis of andere aandoeningen van het bindweefsel. Een reversibele verhoging van de transaminasen (SGOT en SGPT) staat in verband met salicylemies boven 250 - 350 μg/ml en met een actieve reumatoïde arthritis.
Om het gevaar voor overdosering te vermijden, moet elke mogelijke aanwezigheid van acetylsalicylzuur in alle andere bijkomende geneesmiddelen nagegaan worden.
De posologie verminderen of de behandeling onderbreken indien zich ongewenste effecten voordoen.
Allergie voor salicylaten, andere niet-steroïdale anti-inflammatoire geneesmiddelen en tartrazine. Alhoewel deze verschijnselen vaak mild zijn,
kunnen ze ook ernstig worden onder de vorm van een anafylactische shock, een oedeem van Quincke of een astmacrisis.
Allergie voor één van de hulpstoffen van het preparaat.
Actief maag-darmulcus.
Constitutionele of verworven hemorragische ziekte.
Klinische toestand met verhoogd risico voor hemorragie.
Ernstige nierinsufficiëntie.
Laatste trimester van de zwangerschap.
Combinatie met methotrexaat in dosissen van 15 mg/week of meer (zie "Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interacties").
Combinatie met orale anticoagulantia (zie "Interacties met geneesmiddelen en andere vormen van interacties").
Gecontra-indiceerd combinaties.
Orale anticoagulantia.
Toegenomen bloedingsgevaar door inhibitie van de plaatjesfunctie, aantasting van de gastroduodenale mucosa en verdringing van orale anticoagulantia uit hun bindingsplaatsen aan plasma-eiwitten.
Methotrexaat in dosissen van 15 mg/week of meer.
Verhoogde hematologische toxiciteit van methotrexaat (verminderde nierklaring van methotrexaat door anti-inflammatoire middelen in het algemeen en verdringing van methotrexaat uit zijn binding aan plasma-eiwitten door
salicylaten).
Niet aanbevolen combinaties.
Andere niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen.
Toegenomen gevaar voor ulcus en gastro-intestinale bloeding via additieve synergie.
Parenterale heparines.
Toegenomen bloedingsgevaar (inhibitie van plaatjesfunctie en aantasting van de gastroduodenale mucosa door salicylaten).
Gebruik andere substanties dan salicylaten voor een analgetisch en antipyretisch effect (in het bijzonder paracetamol).
Ticlopidine.
Toegenomen bloedingsgevaar (synergie van anti-aggregerende activiteiten).
Als de combinatie niet kan worden vermeden, is een zorgvuldige klinische en laboratoriummonitoring (met inbegrip van bloedingstijd) vereist.
Uricosurica zoals benzbromaron, probenecid.
Verminderd uricosurisch effect (competitie voor eliminatie van urinezuur uit renale tubuli).
Gebruik een ander analgeticum.
Combinaties waarbij voorzichtigheid vereist is.
Antidiabetica, bijv. insuline, chloorpropamide: toegenomen hypoglykemisch effect van hoge dosissen acetylsalicylzuur via de hypoglykemiërende activiteit van acetylsalicylzuur en verdringing van sulfonylurea uit de binding aan plasmaeiwitten.
Waarschuw de patiënt en verhoog de zelfcontrole van de bloedsuiker.
Diuretica.
Acute nierinsufficiëntie bij gedehydrateerde patiënten (verminderde glomerulaire filtratie door verminderde renale prostaglandinesynthese).
Hydrateer de patiënt, volg de nierfunctie in het begin van de behandeling.
Systemische glucocorticoïden, behalve hydrocortison gebruikt als substitutietherapie bij de ziekte van Addison: verminderde bloedconcentraties
van salicylaten tijdens behandeling met corticosteroïden en gevaar voor salicylaatoverdosering na het stopzetten van deze behandeling als gevolg van de toegenomen eliminatie van salicylaten onder invloed van corticosteroïden. Pas de dosis van salicylaten aan bij toediening van de combinatie en na het beëindigen van de behandeling met glucocorticoïden.
Inhibitoren van het angiotensine-conversie-enzym (ACE-inhibitoren).
Acute nierinsufficiëntie bij gedehydrateerde patiënten (verminderde glomerulaire filtratie door inhibitie van vasodilaterende prostaglandinen als gevolg van NSAID's).
Bovendien een verminderd antihypertensief effect.
Hydrateer de patiënt en volg de nierfunctie in het begin van de behandeling.
Alfa interferon gevaar voor inhibitie van de activiteit.
Gebruik bij voorkeur een niet-salicylaat antipyretisch analgeticum.
Methotrexaat in dosissen van minder dan 15 mg/week.
Toegenomen hematologische toxiciteit van methotrexaat (verminderde nierklaring van methotrexaat door anti-inflammatoire middelen in het algemeen en verplaatsing van methotrexaat uit de binding aan plasma-eiwitten door salicylaten).
Wekelijkse bloedcontroles in de eerste week van de behandeling met de combinatie.
Toegenomen monitoring zelfs bij een licht verminderde nierfunctie, evenals bij bejaarden.
Pentoxifylline.
Toegenomen bloedingsgevaar. Toegenomen klinische monitoring en meer frequente controles van de bloedingstijd.
Combinaties waarmee rekening moet worden gehouden. IUD's.
Betwistbaar gevaar voor een verminderde doeltreffendheid van een IUD.
Trombolytica.
Toegenomen bloedingsgevaar.
Gastro-intestinale topische middelen.
Magnesium, aluminium en calciumzouten, oxiden en hydroxiden.
Toegenomen renale excretie van salicylaten als gevolg van alkalinisering van de urine.
Aangezien acetylsalicylzuur niet vrijkomt ter hoogte van de maag, leidt Acenterine tot minder occulte bloedingen dan een behandeling met tabletten acetylsalicylzuur zonder maagsapresistente omhulling. Zo werden significante verschillen vastgesteld bij patiënten die aan een test met radioactief chroom onderworpen werden.
Niettemin mag het risico voor letsels van het maagdarmslijmvlies niet volledig uitgesloten worden: er dient rekening gehouden met het eventueel optreden van een maag-darmulcus, erosies, melaena, occult bloedverlies dat een ferriprieve anemie kan veroorzaken, enz.
Naast deze eventuele ongewenste effecten ter hoogte van het maagdarmkanaal, kan Acenterine de oorzaak zijn van:
- Oorsuizen en hardhorendheid (meestal voortekens van overdosering); het optreden van dergelijke ongewenste effecten vereist hetzij het stopzetten van debehandeling hetzij een dosisverlaging.
- Allergische verschijnselen zoals: vasomotorische rhinitis, angioneurotisch oedeem, urticaria, astma, anafylactische reacties (noteer de mogelijkheid van een kruisovergevoeligheid ten aanzien van de andere niet-steroïdale antiinflammatoire geneesmiddelen en tartrazine); er kunnen zich bronchospastische reacties voordoen zonder andere verschijnselen van overgevoeligheid.
- Tekenen van hepatotoxiciteit (verhoging van de transaminasen).
- Extra-digestieve hemorragische accidenten zoals neusbloedingen, tandvleesbloedingen of een vermeerdering van het bloedverlies tijdens de maandstonden, gebonden aan een verlenging van de bloedingsduur
- Thrombocytopenisch purpura.
Te noteren valt dat de verlenging van de bloedingsduur nog 4 tot 6 dagen na het stopzetten van de behandeling aanhoudt.
Stoornissen in het zuur-base evenwicht (respiratoire alkalose; in geval van intoxicatie: metabole acidose).
Acute nierinsufficiëntie bij vooraf bestaande stoornissen van de niercirculatie of bij een verlaging van het circulerende plasmavolume.
Bij chronisch misbruik: analgetica-nefropathie.
Daar Acenterine niet bestemd is voor jonge kinderen, is het optreden van een syndroom van Reye weinig waarschijnlijk.
De symptomen van overdosering treden slechts laattijdig op aangezien de plasmapiek slechts bereikt wordt na 8 à 10 uur na de inname van Acenterine.
De symtomen van een matige overdosering bestaan voornamelijk uit hoofdpijn, vertigo, oorsuizen, geestelijke verwardheid, overvloedig transpireren, dorst, hyperventilatie met respiratoire alkalose, nausea, braken en diarree.
Een ernstige intoxicatie uit zich door een toename van de digestieve verschijnselen en neurologische symptomen. Het stimuleren van het centrale zenuwstelsel maakt plaats voor een geleidelijke depressie, stupor, en tenslotte
coma.
De toxische dosissen acetylsalicylzuur zijn grotendeels afhankelijk van de klinische omstandigheden. Dosissen van 10 tot 30 g veroorzaakten de dood bij volwassenen, maar veel hogere dosissen (in een bepaald geval tot 130 g) werden zonder noodlottige afloop ingenomen. Vooral bij kinderen en bejaarden is een zware intoxicatie te vrezen. Bij kinderen schat men de toxische dosis acetylsalicylzuur op 150 mg/kg.
Bij ernstige accidentele intoxicatie is een dringende behandeling in het ziekenhuis vereist.
De behandeling omvat maagspoelingen en toediening van geactiveerde kool. Er moeten snel maatregelen getroffen worden om de hyperthermie te bestrijden en de tekenen van dehydratatie en zuur-base onevenwicht te herstellen. Perfusies van bicarbonaat-oplossingen bevorderen de urinaire uitscheiding van salicylaten. Maatregelen zoals een exsanguino-transfusie, een peritoneale dialyse, een hemodialyse en een hemoperfusie zijn doeltreffend om het elimineren van salicylaten te bespoedigen.
Dierstudies hebben gewezen op tekens van een teratogeen effect van acetylsalicylzuur.
Eerste trimester: klinische gegevens over misvormingen: Occasionele behandeling met acetylsalicylzuur: de resultaten van epidemiologische studies lijken een bijzonder malformatief effect van acetylsalicylzuur in het eerste trimester uit te sluiten.
Chronische behandeling met acetylsalicylzuur: de huidige gegevens zijn numeriek onvoldoende om een mogelijk malformatief effect van acetylsalicylzuur als chronische behandeling met een dosis van meer dan 150 mg per dag in het eerste trimester van de zwangerschap te evalueren.
Tweede en derde trimester: klinische gegevens over foetotoxisch effect: Analyses in de 4e en 5e maand van een groot aantal zwangerschappen
blootgesteld aan een kortdurende behandeling, blijken geen bijzonder foetotoxisch effect te hebben aangetoond. Alleen epidemiologische studies kunnen de afwezigheid van gevaar evenwel bevestigen.
Vanaf de 6e maand van de zwangerschap kan acetylsalicylzuur in analgetische, antipyretische of anti-inflammatoire dosis (≥ 500 mg/dosis en per dag), net zoals alle inhibitoren van de prostaglandinesynthese, bij de foetus oorzaak zijn
van: Cardiopulmonale toxiciteit met vroegtijdige sluiting van de ductus arteriosus en pulmonale hypertensie.
Renale disfunctie, potentieel gaande tot nierinsufficiëntie met oligohydramnion.
Moeder en baby kunnen op het einde van de zwangerschap een mogelijk verlenging van de bloedingsstijd vertonen. Dit anti-aggregerend effect kan zichzelfs bij zeer lage dosissen voordoen.
Bijgevolg. In de eerste 5 maanden van de zwangerschap:
Acetylsalicylzuur kan zo nodig als occasionele behandeling worden voorgeschreven.
Voorzichtigheidshalve moet acetylsalicylzuur bij voorkeur niet gebruikt worden als chronische behandeling in een dosis van meer dan 150 mg/dag.
Vanaf de 6e zwangerschapsmaand: behalve een uiterst beperkt cardiologisch en verloskundig gebruik onder toezicht van een specialist, zijn alle geneesmiddelen die acetylsalicylzuur bevatten gecontra-indiceerd vanaf de 6e zwangerschapsmaand.
Lactatie.
Aangezien acetylsalicylzuur met de moedermelk wordt uitgescheiden, wordt dit middel niet aanbevolen in de periode van borstvoeding.
Beïnvloeding van de rijvaardigheid en van het vermogen om machineste bedienen:
De inname van Acenterine heeft geen invloed op de besturing van een voertuig
of op het gebruik van machines.
De informatie aangeboden op deze website is louter informatief. Lees de bijsluiter ingesloten bij het product voor de meest recente informatie!